Informatie over uitbreiding met een evangelist in classes
Rotterdam en Ridderkerk
De classes Rotterdam en Ridderkerk hebben beiden in hun september vergadering van 2025 besloten dat de CEC mag overgaan tot benoeming van een (pionier-)evangelist zoals omschreven in deze notitie. Werving en benoeming van een (pionier-)evangelist zal in overleg met EVGG plaatsvinden. EVGG heeft in de benoemingsfase een adviserende stem en is direct betrokken door een vertegenwoordiging in de sollicitatiecommissie. Benoeming door de CEC zal alleen plaatsvinden als er overeenstemming is tussen de CEC en EVGG over een te benoemen
kandidaat. Als streefdatum voor benoeming van een (pionier-)evangelist wordt gedacht aan begin 2026.
In de Bijbel zien we belangrijke zaken, die duiden op welke wijze het werk van een evangelist gestalte gegeven werd. Het evangelie werd verspreidt onder alle volken beginnende van Jeruzalem (Luk. 24:47). De verspreiding van het evangelie werd niet alleen buiten Israël, maar ook binnen de landsgrenzen van Israël vorm gegeven.We komen in Gods Woord driemaal het woord evangelist tegen. In Handelingen 21:8 lezen we van Paulus, die naar Ceasarea kwam en verbleef in het huis van Filippus de evangelist. In Ef. 4:11 schrijft Paulus dat Christus “...heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars”. En in 2 Tim. 4:5 wordt Timotheüs door Paulus opgeroepen om het werk van een evangelist te doen.
Kenmerkend bij evangelisten in het Bijbelse ‘binnen- en buitenland’ is dat ze het woord prediken (Hand. 8:5) en dat ze ‘rondreizende’ waren. Dat zien we ook bij Filippus terug die in Israël zijn werkzaamheden verrichtte.
We lezen in Handelingen 8 dat de grote vervolging tegen de gemeente in Jeruzalem de verstrooiing van de predikers naar Judéa en Samaría als gevolg had (vers 1). De verspreiding van het Evangelie was de opdracht van Christus (Luk. 24:47) en de
vervolging in Jeruzalem bewerkte een actieve verspreiding van het evangelie buiten Jeruzalem. Evangelisten gingen het land door en verkondigden het Evangelie (vers 4). Filippus ging naar de stad van Samaria en predikte hun (niet-Joden) Christus (vers 5). De apostelen in Jeruzalem hoorden van de vrucht op het werk in Samaria en Petrus en Johannes kwamen naar Samaria. Na het bezoek aan Samaria gingen Petrus en Johannes terug naar Jeruzalem en evangeliseerden al
reizende in veel plaatsen van de Samaritanen (vers 25). Filippus wordt geroepen om naar de weg van Jeruzalem naar Gaza te gaan om het Evangelie te brengen aan een kamerling (vers 26-27). Hierna vinden we Filippus te Azóte en vervolgens gaat Filippus het land door en brengt het evangelie in alle plaatsen die hij tegenkomt. Hoelang hij in Azóte en deze andere plaatsen geweest is wordt uit de tekst niet duidelijk. Later komt hij in de kustplaats Ceasaréa (vers 40).
Met de aanstelling van een tweede evangelist beoogd de commissie niet twee evangelisten met dezelfde taken, maar maakt daar een functioneel onderscheid in. De functie en het takenveld van de huidige evangelist op de post is beschreven in het beleidsdocument van “In de Gouwstraat”. De functie en taken van een tweede evangelist zijn onderscheiden van de huidige evangelist op de post. De huidige evangelist is voornamelijk werkzaam op de post “In de Gouwstraat”.
Bij uitbreiding met een tweede evangelist wordt gedacht aan evangelisatiewerk op nieuwe plekken in de stad Rotterdam en mogelijk breder in de classes Rotterdam en Ridderkerk. Deze werkzaamheden zullen meer een pionierskarakter hebben in onderscheid van de vaste standplaats van de huidige evangelist. We zullen deze evangelist in het vervolg aanduiden als(pionier-)evangelist.
De (pionier-)evangelist zal zijn werkzaamheden primair niet in de nabijheid van de evangelisatiepost verrichten, maar meer op andere plaatsen binnen het voedingsgebied van de classes Rotterdam en Ridderkerk. Als er sprake is van pionierswerkzaamheden in het voedingsgebied van één van de classisgemeenten binnen de stad Rotterdam zal er altijd vooraf overleg en afstemming met die classisgemeente plaatsvinden.
De CEC zal geen zelfstandige pionierswerkzaamheden buiten de stad Rotterdam verrichten zonder hierom gevraagd te zijn door een classisgemeente. Om doelmatig werkzaam te kunnen zijn zullen slechts op een beperkt aantal plaatsen pionierswerkzaamheden vanuit de CEC ter hand genomen kunnen worden.
De Evangelisten hebben een gelijkwaardige functie en er is geen sprake van een hiërarchie of
van een eerste en een tweede evangelist in functionele zin.
De functie en taken van de evangelisten zijn op hoofdlijnen in onderstaande tabel weergegeven:
Vanzelfsprekend is het niet de bedoeling dat er ‘twee kapiteins’ op één schip komen met de komst van een tweede evangelist. In de nieuwe situatie is er sprake van een verdeling van taken over twee evangelisten. Hierbij zal de huidige evangelist zijn huidige werkzaamheden blijven verrichten en de tweede evangelist zal juist werkzaam zijn als pionier om nieuwe initiatieven uit te voeren in nauwe verbondenheid met het zogenaamde kwartet van de CEC.
Dit kwartet is een overlegorgaan van 3 CEC leden met de evangelist(en) en algemeen coördinator. Elke 4-5 weken voert het kwartet overleg over de voortgang van het werk en in het lijn van het CEC beleid sturing geeft aan de evangelisatiewerkzaamheden.
Met de komst van een (pionier-)evangelist ontstaat de mogelijkheid om (meer) invulling te geven aan de Bijbelse elementen van rondreizen en op andere plaatsen het evangelie brengen.
Veel heidenen zijn in Rotterdam en omgeving aanwezig en een klein deel van hen kan slechts op de huidige wijze vanuit de Gouwstraat worden bereikt. In de praktijk betekent dit dat er niet verder gekomen wordt dan de wijk met ca. 25.000 inwoners en dat in een wereldstad met meer dan 600.000 zielen. Veel van deze inwoners hebben nog nooit het Evangelie gehoord en hebben niet anders dan een karikaturaal beeld van God en Zijn Woord. De noodzaak van wedergeboorte en geloof is hen totaal onbekend. De nood is groot en daarom is het de taak van de kerk om het Evangelie meer te verkondigen, ook in de Rotterdamse regio.
Een (pionier-)evangelist is niet bedoeld als een functie voor een paar jaar. Iemand die van Gods wege geroepen wordt om het werk van een evangelist te gaan doen wordt meestal niet voor een paar jaar geroepen. Daarom zal er door de CEC bij het benoemen van een (pionier-)evangelist beleid uitgezet worden om op langere termijn een sluitende begroting te realiseren om de kosten van twee evangelisten te dragen. Vanwege arbeidsrechtelijke redenen blijft het nochtans verstandig om een arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd overeen te komen.
Een Bijbelplek is een (afgebakend) gebied in de stad Rotterdam of mogelijk daarbuiten, maar wel binnen de classes Rotterdam en Ridderkerk. Op of vanuit deze Bijbelplek gaat een (pionier)evangelist evangelisatiewerkzaamheden verrichten. De bedoeling is dat er gewerkt wordt met een duidelijke en gerichte focus op of vanuit een Bijbelplek. Er wordt een gezamenlijk werkplan gemaakt op maximaal 2 A4-tjes voor een Bijbelplek. In dit werkplan wordt opgenomen welke doelen er in een bepaalde tijd worden nagestreefd. Hierbij wordt gewerkt met de 5W1H methode waarbij zes vragen worden benoemd zoals in het voorbeeld is weergegeven:
| Vraag | Betekenis |
| Wie | Wie is betrokken of verantwoordelijk? |
| Wat | Wat wordt er gedaan? |
| Waar | Waar wordt een activiteit gestart? |
| Wanneer | Wanneer en binnen welke tijd? |
| Waarom | Waarom doen we dit op deze wijze? |
| Hoe | Hoe organiseren we het proces? |
Evaluatie op het proces wordt in beginsel binnen het frequente kwartet overleg gedaan. 6 Bij de uitvoering met Bijbelplekken zijn een drietal onderscheiden situaties mogelijk: a.het evangelisatiewerk vindt plaats op relatief korte afstand van “In de Gouwstraat” en grenzend aan de wijk waarin we op dit moment als post actief zijn. b.het evangelisatiewerk vindt plaats op enige afstand van de post en niet direct grenzend aan het voedingsgebied van de post. c.het evangelisatiewerk vindt plaats in de nabijheid van een GG (binnen of buiten Rotterdam). Onder leiding van de (pionier-)evangelist wordt binnen een Bijbelplek evangelisatiewerk verricht.
Voor deze werkzaamheden wordt een ‘evangelisatiepakket’ gebruikt bestaande uit o.a.:
De (pionier-)evangelist zal op de Bijbelplek met ondersteuning van vrijwilligers van “In de Gouwstraat” zijn werkzaamheden verrichten en/of in situatie c. met vrijwilligers uit een plaatselijke GG. Een drietal casussen vanuit de drie verschillende soorten Bijbelplekken beschrijven globaal op welke wijze de werkzaamheden gestalte kunnen krijgen:
Casus: Een deel van de Tarwewijk, grenzend aan Oud Charlois wordt een Bijbelplek. De (pionier)evangelist gaat, mogelijk met een paar vrijwilligers, evangelisatiearbeid verrichten en zoekt persoonlijk contact met mensen in de wijk. Hij gaat in gesprek over God en de Bijbel, deelt materiaal uit, vraagt of hij mensen persoonlijk mag benaderen en noteert dan contactgegevens. De plaats waar een introductiecursus gegeven wordt is in dit geval “In de Gouwstraat”. De contacten die op deze wijze gelegd wordt zullen gecontinueerd kunnen worden “In de Gouwstraat”.
Casus: De omgeving van een Hogeschool aan de noordkant van de Nieuwe Maas wordt een Bijbelplek. De (pionier-)evangelist gaat, mogelijk met een paar vrijwilligers doelgericht in gesprek met jongeren die deze Hogeschool bezoeken. Er is vooraf wat materiaal in de vorm van flyers of brochures gericht op deze doelgroep gemaakt om te gebruiken bij het contact leggen. Er is gekeken of in de buurt van deze Bijbelplek een ruimte voor bijvoorbeeld 2 uur per week gehuurd kan worden zoals bijvoorbeeld een klaslokaal in een school en aansluitend op de lessen. Ook hier persoonlijke contacten leggen, in gesprek over God en de Bijbel en materiaal 7 uitdelen en uitnodigen om met een aantal jongeren een introductiecursus te volgen in de gehuurde lokaliteit. Het is belangrijk dat contactgegevens te noteren en bij gebleken nadere interesse is het waarschijnlijk mogelijk dat contacten verder gecontinueerd kunnen worden via “In de Gouwstraat” of, in dit geval, de GG van Rotterdam Centrum. Het is ook goed mogelijk dat dat mensen uit andere plaatsen in de nabijheid van Rotterdam komen en er kan dan contact gelegd worden via een andere GG in de buurt van iemands woonplaats.
In de havenstad Rotterdam zijn er naast wijken waarin gearbeid kan worden bijvoorbeeld ook vele mogelijkheden om haven-evangelisatie te bedrijven door de vele schepen die aanmeren en de bemanning en passagiers die aan land komen. Ook kan gedacht worden aan parkeerterreinen met vrachtwagenchauffeurs. Dit vraagt wel een specifieke aanpak en zal mogelijk op termijn een rol kunnen krijgen.
Casus: Geformeerde Gemeente X (uit classis Rotterdam of Ridderkerk) vraagt aan de CEC of de (pionier-)evangelist hen kan helpen om in hun gemeente ook een Bijbelplek te maken. De (pionier-)evangelist doet zijn werkzaamheden in het voedingsgebied van Gemeente X en wordt mogelijk geholpen door vrijwilligers uit X. Dezelfde werkzaamheden als onder Bijbelplek a worden gedaan en de verwijzing gaat dan met name naar X. In X wordt bij gebleken belangstelling een of mogelijk meer introductiecursus(sen) gegeven. Door betrokkenheid van vrijwilligers van X kan de band worden gelegd met geïnteresseerden en X en kan na verloop van tijd zelfstandig deze activiteiten overnemen en voortzetten. Mogelijk wordt de activiteit van de (pionier-)evangelist door gemeente X blijvend ter hand genomen en is deze gemeente een evangeliserende gemeente geworden of zijn de evangelisatieactiviteiten uitgebreid.
Vanuit de CEC zijn enkele contacten geweest met ambtsdragers van kleinere gemeenten die zelf weinig mogelijkheden hebben om zelfstandig (nieuwe) evangelisatiearbeid ter hand te nemen en Bijbelplek c sprak hen wel aan om samen te werken en de hulp van een (pionier)evangelist in te kunnen zetten.
In eerste instantie wordt gedacht om een (pionier-)evangelist voor minimaal een dag per week werkzaam te laten zijn op een bepaalde Bijbelplek en dat zou betekenen dat op maximaal 3-4 Bijbelplekken tegelijkertijd werkzaamheden kunnen worden ontplooid bij een full-time benoeming. Afhankelijk van de interesse op een Bijbelplek wordt er korter of langer gearbeid op een bepaalde plaats, waarbij bijvoorbeeld na 6 maanden op een bepaalde Bijbelplek gewerkt te hebben op een andere Bijbelplek werkzaamheden worden opgestart. Om ook het werkende deel van de bevolking te bereiken zal een gedeelte van de werkzaamheden plaatsvinden buiten normale werktijden overdag. Belangrijk is dat de contacten die ontstaan zijn op een Bijbelplek behouden blijven en dat kan onder a. en b. naar “In de Gouwstraat” leiden en in het geval van c. naar een plaatselijke GG.
Voor een benoeming van een (pionier-)evangelist heeft de CEC mandaat van de classes Rotterdam en Ridderkerk en de bevoegdheid om tot de aanstelling van een (pionier-)evangelist over te gaan. EVGG heeft hierin een adviserende stem. Benoeming door de CEC zal echter alleen plaatsvinden als er overeenstemming is tussen de CEC en EVGG. De aanstelling is in eerste instantie voor een bepaalde tijd (van maximaal drie jaar) om
arbeidsrechtelijke redenen. Dit wordt verder in de arbeidsovereenkomst geregeld.
De (pionier-)evangelist is lid van de Gereformeerde Gemeenten en bij voorkeur
ambtsdrager. Hij is bekwaam om Gods Woord in eenvoudigheid uit te leggen zowel in groepsverband als individueel, gewend om leiding te geven, kan goed organiseren en heeft passende contactuele eigenschappen en competenties, behorend bij de (pioniers)functie.
Door de pioniersfunctie zal de (pionier-)evangelist ook bereid moeten zijn om op avonden en zaterdagen werkzaamheden te verrichten. Een assessment zal deel uitmaken van de sollicitatieprocedure.
De evangelist heeft bij voorkeur een specifieke opleiding op HBO-niveau (bijvoorbeeld CGOHBO of een soortgelijke gelijkwaardige opleiding). Voor de benodigde toerusting van een evangelist maakt de CEC gebruik van de expertise van EVGG om te komen tot een persoonlijk plan. In dit plan worden concrete doelstellingen en een tijdslijn voor het bereiken van deze doelstellingen opgenomen.
De (pionier-)evangelist krijgt regelmatig een evaluatie/functioneringsgesprek met de CEC.
Vanaf het begin zal er duidelijkheid geboden worden ten aanzien van de wederzijdse verwachtingen, de taakverdeling en de benodigde competenties. Regelmatig wordt het gesprek met hem gevoerd over uitvoering van de taken in relatie tot verwachtingen, de samenwerking met de algemeen coördinator en andere vrijwilligers en de knelpunten die zich mogelijk voordoen. Dit maakt het functioneren van de evangelist transparant. Het bevordert ook de communicatie, vertrouwen, openheid en onderlinge verstandhoudingen.
De voortgangsgesprekken staan in het teken van het optimaliseren van de samenwerking binnen de evangelisatiepost met alle betrokkenen, zoals met de andere evangelist, de (algemeen)coördinator(en) en vrijwilligers. Daarbij wordt teruggekeken naar de achterliggende periode en vooruitgekeken naar de toekomst.
De CEC zal met 2 leden de voortgangs- en functioneringsgesprekken voeren met de evangelist. Zowel de evangelist als de CEC kan hiervoor gespreksonderwerpen aanleveren.
De volgende algemene bespreekpunten komen in elk voorgangsgesprek onder andere aan de orde:
Welke concrete afspraken kunnen of moeten worden gemaakt voor de komende periode? De CEC zorgt voor een verslag en een overzicht van onderwerpen waarover nadere afspraken gemaakt moeten worden. Deze worden binnen een maand na het gesprek door beide partijen voor akkoord ondertekend. Het verslag wordt toegevoegd aan een vertrouwelijk dossier dat de secretaris van de CEC beheert. De commissie deelt op hoofdlijnen de bevindingen en uitkomsten van het functioneringsgesprek met de CEC.
De (pionier-)evangelist treedt toe tot het maandelijkse overlegplatform (kwartet) van evangelist, algemeen coördinator en een drietal CEC leden. Met de toetreding van de (pionier-)evangelist wordt dit overlegplatform uitgebreid en worden essentiële zaken besproken en lijnen in het werkveld uitgezet. Dit platform functioneert tevens als klankbord voor de evangelisten en algemeen coördinator.
Wonen in de nabijheid van de post is gewenst. Bij een aanstelling zal in individuele situaties naar een werkbare oplossing worden gezocht. Tevens is een goede beheersing van de Engelse taal een pré.
In al het werk wat gedaan wordt is de zegen van de Heere onmisbaar. Het werk van een evangelist vindt plaats op de fronten van een samenleving die niet zit te wachten op een Bijbelse boodschap.
Het is niet eenvoudig om de juiste woorden te vinden om te spreken als er weerstand wordt ontmoet en het kan eenzaam voelen in een grote stad. Maar als de Heere tot dit werk roept zal Hij ook getrouw zijn om Zijn hulp en bijstand te geven.
De Prediker schrijft ‘Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen’.
December 2025
Spurgeon schrijft hierover: Laten we de zorgeloze en de hardnekkige onderwijzen. Wateren die ongeschikt lijken kunnen een hoopvolle bodem bedekken. Nergens zal onze arbeid tevergeefs zijn in de HEERE. Het is aan ons om ons brood op het water te werpen. Maar het blijft bij God om de belofte: “U zult het vinden” te volbrengen. Hij zal Zijn belofte niet laten falen. Zijn goede woord, dat wij hebben gesproken, zal leven, zal gevonden worden, zal door ons gevonden worden. Misschien niet meteen, maar op een dag zullen we oogsten wat we hebben gezaaid. We moeten ons geduld uitoefenen, want misschien beproeft de HEERE ons geduld. ‘Na vele dagen’, zegt de Schrift, en in veel gevallen lopen deze dagen in maanden en
jaren, en toch blijft het Woord waar. Gods belofte zal stand houden; Laat ons er rekening mee houden dat we het bevel volgen en deze vandaag nog houden.
Deze website gebruikt cookies. Door gebruik te maken van deze website, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies. Lees meer